Liefde

19 Jul

Pien schrijft onze namen op de tegels van het terras. Na het eten, met roze stoepkrijt, haar haren los, de letters zo zwierig in haar pas verworven handschrift. Ze tekent er een hartje onder, een paar tegels verderop.

Ik wil er een foto van maken, van Pien terwijl ze schrijft, van onze namen op de stenen, aan elkaar geschreven door haar hand.

Maar de regen komt. Dikke druppels over de tegels, dikke druppels over de letters op het terras. Water uit de hemel dat onze namen wegspoelt.

Alleen het hartje blijft. Een roze vlek op het terras, doelloos op de stenen zonder de letters die erboven stonden. Een verdwaalde vlek waar alleen ik een meisje met losse haren en vijf namen op een zomeravond in zie. Gemorst roze van aan elkaar geschreven liefde.

Een stille dag

30 Jun

Ik hoor gerinkel, belletjes die zachtjes heen en weer bewegen door getrappel van babyvoetjes. De ramen staan open, maar de zon laat zich niet zien. Ik voel de wind die van zee komt. Het is een grijze dag, een dag waarin ik denk aan dingen die voorbij gaan, aan dingen waar ik stil van word, de woorden niet voor vind.

Het is een dag voor blote voeten, voor dansen in de kamer, voor spelletjes in de middag. Voor oude disneyfilms, bloemenjurken en regen die niet komt. Een dag voor schone was en warme plakhandjes die ik extra lang vasthoud in de mijne.

Ik hoor het weer, belletjes die zachtjes rinkelen. Door het raam zie ik een vlinder in de tuin en de weerspiegeling van twee bloemenmeisjes op de bank. Ernst is onderweg en op tafel valt toch nog wat avondzon. Een stille dag, maar wel met mooie dingen.

Ga je mee?

14 Jun

Ga je mee? Dan halen we aardbeienbolletjes en gaan we naar het bos. Het bos waar altijd blaadjes waaien, waar zonlicht vlekken op het water maakt. Het bos met bruggetjes om op te stampen en paadjes om op te verdwalen.

Ga je mee? Dan zoeken we een plekje, picknicken in het gras, dan kijken we naar vogeltjes die dansen in de lucht en luisteren naar muziek vanuit de verte, zoeken naar de schommels ergens bij het water.

Ga je mee? Dan lopen we, zomaar een kant op, altijd de goede, samen zwerven zonder tijd.

Ga je mee, zometeen, zonder zorgen, alleen zon en schaduw, zachte wind op onze huid.

Ga je mee?

Ik heb aardbeienbolletjes. En een bos,
aan het einde van de straat.

Lucy

19 Mei

Jij bent Lucy.

Jij bent het meisje dat vijf jaar geleden geboren werd, op een zomerse maandagochtend in mei. Het meisje met de helderblauwe ogen, de eigenwijze sterke ziel en de allerzachtste kusjes.

Jij bent het meisje dat het liefst de hele dag met water speelt en moddersoepjes maakt, uitgebreid baddert en tien minuten later weer verf en zand in je haren en oren hebt. Het meisje dat zo van de zee houdt, van de golven waar je vandaan blijft rennen alsof er geen tijd bestaat, geen wereld om je heen, alleen jij en het water, alleen jij en de zee.

Jij bent het meisje dat zich afvraagt waarom alle dagen van de week een naam hebben of hoe Nikki weet dat zij Nikki heet. Jij rimpelt je voorhoofd als je nadenkt en komt zelf met de antwoorden.

Jij bent het meisje met het dappere hart en het heldere hoofd, het meisje met die zachte haren waar ik zo vaak over schrijf. Jij bent wie ik soms zou willen zijn.

Jij bent het zusje dat het liefst met Pien speelt, haar aait als ze gevallen is. Jij bent de zus die het liefst bij Nikki is, zachtjes voor haar begint te zingen als ze plotseling moet huilen. Jij bent allebei.

Jij bent Lucy, ons meisje. Jij maakt de leukste grapjes. Als jij schaterlacht, zingt mijn hart.

Eiland

3 Mei

Het eiland druipt na van de regen van gisteren en vannacht. Druppels waaien uit de bomen, plaatselijke buitjes in de tuinen en onderweg. Met de auto dwalen we over slingerende dijken, de bermen vol koolzaad dat felgeel afsteekt tegen de grijze lucht. We komen langs fruitbomen vol lente en eindeloze aardappelvelden, ik voel de zee in de verte, zie de vuurtoren in de mist.

Op de achterbank spelen twee meisjes bingo, ze moeten nog een tractor en een vogelverschrikker vinden, streepten de vuurtoren net van de kaart. Het meisje ernaast ligt te slapen, misschien droomt ze van regenbogen en vuurtorens in de mist. Of van volle bingokaarten.

We rijden langs de fietspaden die Ernst vroeger nam op weg naar school. Ik kijk naar de wegen, glimmend van de regen, naar de dijkjes waar hij zo vaak heeft gereden voordat ik hem kende. Ik kijk naar het eindeloze land en de lucht om me heen die door hem ook voor mij vertrouwd zijn.

En dan kijk ik achterom. Drie lentemeisjes op de achterbank, die we samen hier naartoe brachten, naar dit eiland aan de zee waar hun vader werd geboren op de eerste dag van een winter lang geleden. Door de achterruit zie ik dat het buiten sneeuwt. Een windvlaag vol bloesemblaadjes.

IMG_0589

Gedichtje

16 Apr

Ze ruikt naar de lente die ze bracht,
naar de witte magnolia
die begon te bloeien op de dag dat we haar meenamen naar huis,
ons huis, haar huis.

Ze ruikt naar schone was en zachte dekens,
naar regen op een warme zomeravond,
naar vers geroosterd brood
op een doordeweekse ochtend.

In haar ademhaling hoor ik het ruisen van de zee,
het waaien van de herfstwind,
geneurie in de verte.
Als ik naar haar luister,
hoor ik de lievelingsliedjes
van mijn hart.

In haar ogen zie ik haar zussen,
zie ik hun vader,
zie ik de maan
die er is
als we samen met haar
wakker worden.

In haar ogen zie ik vrolijke staartjes
die wapperen in de wind,
zie ik leven,
zie ik
liefde.

Als ik naar haar kijk,
zie ik alles,
alles
waar ik zo veel van houd.

Nikki

29 Mrt

Er vallen zonnestralen door het raam de douche in. Het water licht op, gouden druppels die langs me heen naar beneden glijden. Gouden spatjes geluk die aan me blijven plakken in deze eerste dagen van vier naar vijf.

Op dinsdagavond waren we nog even samen bij de zee, op woensdagochtend was alles anders. In alle vroegte werd er een meisje geboren, zo zacht, zo rond en zo, zo mooi. Buiten kleurde de hemel roze, alsof iedereen het ineens mocht weten: het is een dochter, een zusje, een meisje voor ons erbij.

Nu leven we de dagen waarin opeens drie meisjes passen in plaats van twee, dagen met de gordijnen dicht en de verwarming net iets te hoog. Dagen vol liefde, zachte dekentjes, te weinig slaap en grote zussen die helpen.  Dagen vol aaibaar geluk, groot geluk dat in een heel klein meisje past.

Vanmiddag gingen we even wandelen, drie zusjes, en ik erachteraan. De zon was weg, verdwenen achter de grijze wolken. Geen zonnestralen. Maar alles leek van goud.

 

IMG_0038