Kusje

17 Nov

Ik heb heel veel schelpen, dus ik heb heel veel zee. Dat zachte ruisen in mijn oor, het zijn de golven die ik hoor. Ik heb er één in iedere zak, de zee gaat altijd mee.

Het is net als met een kusje, op je hoofd tegen verdriet. De pijn verdwijnt, het gaat wel weer, dat lukt een pleister niet. Of als een kaarsje dat je brandt, voor iemand die je mist. Die is ineens even dichtbij, alsof de dood zich heeft vergist.

Misschien is het allemaal niet echt, maar wie zegt dat dat niet mag? In je hart kan alles. Anders is een grijze dag gewoon een grijze dag.

Advertenties

Eiland

22 Okt

Met zakken vol zand en schelpen komen we terug. Het zwijgende licht van de vuurtoren glijdt langs de binnenkant van onze ogen als we slapen. In de verte klinken kinderstemmen, paardenhoeven, gegiechel in de nacht.

In onze slapende hoofden wapperen kleurige vliegerstrepen in de lucht, verdwijnen schepen in de mist op zee. Blote benen rennen door het water, een baby slaapt in de wind, er schijnt een rode zon op paden vol zand.

In onze dromen ademen we op het ritme van de wind, altijd de wind, overal wind. Het duingras wuift ons na, uit, er klappert een hekje, het hekje van het huisje waar we niet langer zijn.

We slapen, overal is de zee. We slapen en zijn op het eiland.

IMG_2674

Liefde

10 Okt

Jij bent
vroeger,
later, morgen,
jij bent gisteren en vandaag.
Jij bent croissantjes bij de koffie
als ik er niet om vraag.

Jij bent samen liedjes zingen,
blote voeten in het zand.
Jij bent de avond en de maan,
jij bent
wij samen
hand in hand.

Jij bent twee paar nieuwe schoenen,
een pen die het weer doet.
Jij bent regen die toch ophoudt,
jij bent alles
dat niet moet.

Jij past in mijn jaszak
of was het andersom?
Jij bent het midden van de zin
waar ik ooit aan begon.

Jij bent geneurie in de verte,
de zomer in een boek,
Jij bent de zee dichtbij
en het laatste stukje boterkoek.

O nee.

Jij mág het laatste stukje boterkoek.

Omdat
jij
het
bent.

 

Appelboom

6 Okt

Als het begint te waaien, denk ik aan het bos in onze achtertuin. Het staat er niet maar het is er wel. Verstopt in de aarde tussen het wilde gras liggen eindeloos veel eikeltjes, los gewaaid, weggevlogen, klaar om te groeien en samen een bos te worden op het vierkante stukje grond achter ons huis.

Als het begint te waaien, hoor ik ze stuiteren op het dak van het schuurtje, hoor ik ze zachtjes landen op de natte grond. Het geluid van ons toekomstige bos, gekregen van de wind. Bomen alleen voor ons om tussen te verdwalen, takken om slingers aan te hangen en lampjes tussen de bladeren te schuiven, stammen om verstoppertje achter te spelen. Ons eigen bos, gewoon in de achtertuin.

Als het begint te waaien, denk ik aan dat bos. Ik kijk naar buiten naar de eenzame appelboom op het gras tussen al die weggewaaide eikels. Een kleine boom zo sterk en dapper als het meisje waarvoor we hem cadeau kregen. Het meisje dat alles al had, behalve een appelboom.

Als het niet meer waait, ruim ik de eikeltjes op. Toch maar geen bos in de achtertuin. We hebben een appelboom waar straks slingers aan de takken passen, lampjes tussen de bladeren kunnen en waar je eindeloos rondjes om heen kunt rennen. Als je lang genoeg rent, is dat bijna hetzelfde als verdwalen.

En als we geluk hebben, vallen er ooit appeltjes in het herfstgras. Appels voor de baby van toen, het meisje van straks. Eén boom maakt geen bos. Maar appeltaart is lekkerder dan eikeltaart.

Regenboog

19 Sep

Op een grijze zaterdagochtend vinden we een regenboog, zomaar op de grond. Zachte kleuren drijven op een plas regenwater, aan elkaar geplakte pasteltinten deinen heen en weer op het donkere oppervlak. Stralende ogen, wie vindt er nou een regenboog terwijl het niet eens regent, terwijl de zon niet schijnt. Wie vindt er nou een regenboog op de grond?

Ze willen de kleuren opvissen, met zachte handen in hun jaszak doen en meenemen naar huis. Voor aan de muur of in een doosje op de kast. Maar regenbogen laten zich niet vangen en bewaren. Ze passen niet onder een magneetje op de ijskast of met plakbandjes boven je bed. Ze kunnen niet in doosjes om af en toe in te gluren.

Ze passen in je ogen, precies zoals je ze ziet. Ze passen in je dromen, precies zoals je ze zag, in de lucht van de herfst, in de bellen die je blaast, in de druppels van opspattende golven, zelfs in modderplassen met motorolie op een grijze zaterdagochtend. Wie regenbogen in zijn hoofd heeft, heeft geen doosjes nodig. Die bewaart ze overal.

Als we slapen

4 Sep

Tussen vandaag en morgen
ligt een eiland van geluk,
een horizon zonder einde,
vliegt een vogel
uit
het zicht.

Tussen vandaag en morgen,
lig ik
naast jou
te dromen,
dat we dansen,
samen dansen
in de wind,
dat we zingen,
zonder woorden,
terwijl de golven
klinken
alsof het
nog zomer is.

Tussen vandaag en morgen
liggen jij en ik
te dromen
onder een
omgekeerde hemel
waarin zonlicht
sterren
op het water
maakt.

p.s. de foto is niet van mij, ik vond hem ooit online en weet niet wie dit zo mooi vastlegde dat ik erover wilde schrijven.

Kwijt

21 Aug

Dag vlinders op mijn armen,
aardbeien in jouw hand,
dag zee in jullie ogen.
Dag
meisjes
op het strand.

Dag roze lucht,
wind die bleef waaien
dag alle dagen ijs.
Dag natte haren,
rode wangen,
dag
allemaal
op reis.

Dag heuvels in de verte,
abrikozen voor de taart,
dag caramel voor onderweg,
dag
leven
in een ansichtkaart.

Dag blote voeten,
vieze handen,
dag schrammen
van de bramenpluk,
dag Maria
langs de wegen,
dag
zelfgemaakt geluk.

Dag slaperige dagen,
dag dagen zonder tijd.
Dag
zachte zomer
vol met liefde.
Ik ben
mijn slippers kwijt.