Gedichtje

16 Apr

Ze ruikt naar de lente die ze bracht,
naar de witte magnolia
die begon te bloeien op de dag dat we haar meenamen naar huis,
ons huis, haar huis.

Ze ruikt naar schone was en zachte dekens,
naar regen op een warme zomeravond,
naar vers geroosterd brood
op een doordeweekse ochtend.

In haar ademhaling hoor ik het ruisen van de zee,
het waaien van de herfstwind,
geneurie in de verte.
Als ik naar haar luister,
hoor ik de lievelingsliedjes
van mijn hart.

In haar ogen zie ik haar zussen,
zie ik hun vader,
zie ik de maan
die er is
als we samen met haar
wakker worden.

In haar ogen zie ik vrolijke staartjes
die wapperen in de wind,
zie ik leven,
zie ik
liefde.

Als ik naar haar kijk,
zie ik alles,
alles
waar ik zo veel van houd.

Nikki

29 Mrt

Er vallen zonnestralen door het raam de douche in. Het water licht op, gouden druppels die langs me heen naar beneden glijden. Gouden spatjes geluk die aan me blijven plakken in deze eerste dagen van vier naar vijf.

Op dinsdagavond waren we nog even samen bij de zee, op woensdagochtend was alles anders. In alle vroegte werd er een meisje geboren, zo zacht, zo rond en zo, zo mooi. Buiten kleurde de hemel roze, alsof iedereen het ineens mocht weten: het is een dochter, een zusje, een meisje voor ons erbij.

Nu leven we de dagen waarin opeens drie meisjes passen in plaats van twee, dagen met de gordijnen dicht en de verwarming net iets te hoog. Dagen vol liefde, zachte dekentjes, te weinig slaap en grote zussen die helpen.  Dagen vol aaibaar geluk, groot geluk dat in een heel klein meisje past.

Vanmiddag gingen we even wandelen, drie zusjes, en ik erachteraan. De zon was weg, verdwenen achter de grijze wolken. Geen zonnestralen. Maar alles leek van goud.

 

IMG_0038

Pien

10 Mrt

De weken worden dagen. Het duurt nog heel even, niet zo lang meer en dan wordt alles anders. We wachten geduldig en in die stilte voor de storm vieren we de lente van zeven jaar geleden. De dag dat de Franse vogeltjes net iets harder zongen omdat er aan de overkant van de Seine een klein Nederlands meisje werd geboren en voor het eerst in de armen van haar vader in slaap viel.

Als ze bijna zeven jaar later naar school loopt (stuitert) in haar mooiste jurk, met een tas vol lekkers en een bloem in haar haren, schijnt de zon. De lucht is net zo blauw als toen, op die dinsdagochtend in Parijs, ergens voorbij de Eiffeltoren. Net zo blauw als haar ogen, waar we toen voor het eerst in keken.

Terwijl de weken zachtjes dagen worden, vieren we eerst feest voor haar, ons meisje met een hart vol liefde en een hoofd vol verhalen. Het meisje wiens wangen zelfs kunnen stralen. Vandaag en morgen én overmorgen vieren we zeven jaar Pien!

Onderweg

7 Feb

Als de ene zus zingt en de andere lacht, voel ik je bewegen. Als Lucy met haar hoofd op mijn buik ligt of Pien er zachtjes met haar hand over aait, wiebel je met je benen of je armen terug. Alsof je er al bent, heel dichtbij, terwijl je nog onderweg bent.

Je hoort de verhalen die ik voorlees, de grapjes van papa, de lach van Pien en de liedjes van Lucy. Jij bent nog weken bij ons vandaan, maar kent ons al beter dan wij jou. Wij weten alleen maar dat je bij ons hoort, we weten dat we ons verheugen en op je wachten.

Tot het zover is, kan ik me alleen maar om je heen vouwen en je overal mee naartoe nemen. Ik kan alleen maar zorgen dat je straks stevig landt in je eigen leven, dat je hart sterk en je geest zacht kunnen blijven in de wereld om je heen. Ik kan alleen maar zorgen dat je weet dat je nooit alleen bent, ook al zul je je misschien wel eens zo voelen. Omdat het leven soms zo is.

Maar als de ene zus zingt en de andere lacht, weet jij dat het wel goed komt. Dan dans je even mee, al ben je nog onderweg. Want met liedjes en liefde komen we een heel eind. En dat weet jij allang.

Zondag

9 Jan

Zondag, hoofdpijn. Ik lig op de bank met mijn ogen dicht en luister naar de wereld om me heen. Ik hoor de geluiden van ons huis, het gesabbel van de vissen die altijd honger lijken te hebben, het gezang van een vogeltje buiten in de boom die ieder jaar roze bloeit, midden in de winter. Ik hoor het geschuif van de kralen die onder Lucy’s handen aan tafel een bloem in alle kleuren vormen. Met mijn ogen dicht zie ik een plukje zacht haar dat achter haar oor vandaan glijdt, haar geconcentreerde blik, hoe ze maar half op haar stoel zit en half ernaast hangt, hoe haar handen trefzeker heen en weer gaan om dat mooie te maken dat ze in haar hoofd al zo duidelijk voor zich ziet.

Boven hoor ik Pien zachtjes neuriën. Ze zoekt haar schoenen op haar kamer terwijl haar handen de medaille om haar nek steeds even aanraken. De medaille voor zwemdiploma A, ze voelt zich zo trots en zo sterk dat zelfs haar wangen stralen, ze voelt zich alles dat ik haar voor iedere dag toewens. In de verte hoor ik het druppen van wanten die op de verwarming liggen te drogen, nog steeds nat van de zeesterren die we op het winterse strand vonden en terug naar de zee brachten. Dichterbij hoor ik Ernst bij de open haard houtblokken stapelen en ik denk aan de sneeuwvlokken die we samen in het donker zagen vallen. Geruisloos vielen ze naar beneden en maakten de wereld stil en wit in het licht van de kerstlampjes, die we iedere dag toch nog weer een dag laten hangen.

Met mijn ogen dicht op de bank luister ik naar de baby in mijn buik, die koppeltje duikt zonder dat iemand hem of haar hoort. Zacht gedraai en getrappel onder mijn handen, nieuw leven onderweg naar ons toe. Nieuw leven met hopelijk eindeloos veel vogeltjes in roze winterbomen, kralen voor mooie dingen in je hoofd, geneurie om medailles, zeesterren op het strand in de winter, sneeuw om samen naar te kijken en lampjes in het donker. Als ik mijn ogen opendoe, doet mijn hoofd al minder pijn.

zondag

 

Letters

6 Dec

Het is uitverkoop. Bij het schap met chocoladeletters – 25% korting op het hele alfabet- staat een mevrouw met een letter in haar handen. De hoofdletter R van pure chocolade. Ze staart naar de verpakking. De boodschappende mensen haasten zich langs haar heen, vullen hun mandjes en wagens, wringen zich een weg naar de kassa. Zij is de stilte in die kolkende zaterdagmiddagmassa.  Aan haar voeten staat een leeg winkelmandje, in de zak van haar nette jas zit vast een boodschappenlijstje. Maar ze blijft maar kijken naar die letter. Alsof ze zomaar tijdens de dagelijkse dingen overvallen is door die letter, door het begin van de naam van iemand waar ze van houdt. Iemand die ze mist. Alsof diegene ineens heel dichtbij is, nu ze zijn of haar voorletter hier in haar handen kan houden. Zomaar ineens. Ze staat stil en houdt vast alsof ze nooit meer los wil laten.

Ik sta ook stil en kijk naar haar, daar bij dat schap met al die letters. Losse letters in de uitverkoop. Letters die namen vormen, de namen van mensen van wie we houden. Namen van mensen die we missen, wiens gezichten misschien zachtjes vervagen maar wiens naam we nooit vergeten, we hardop kunnen blijven zeggen. Ik denk aan namen van mensen op wie we ons verheugen, omdat ze al dichtbij maar ook nog onderweg zijn. Namen gemaakt van losse letters, zodat we altijd kunnen benoemen van wie we houden en wie we zijn.

Ik laat haar los met mijn ogen en vul mijn mandje met wat het weekend nodig heeft. Naar de kassa, naar huis. Maar thuis moet ik steeds aan haar denken, aan die stille mevrouw en die letter R in haar handen. Ik hoop dat ze hem heeft gekocht. In melk, puur én met hazelnoten. Om nooit meer los te laten.

 

remington

Heimwee

31 Okt

Door de ochtendmist klinkt getoeter. Bij het hek van ons huis met de gele luiken stopt de auto van madame Charlottine. Iedere dag rijdt ze de slingerende wegen tussen de weilanden en akkers af om stokbrood en croissantjes te bezorgen. Het raam aan de bijrijderskant wordt opengedraaid, op de stoel ligt de verse voorraad opgestapeld tot boven het dashboard. Pien kiest een baguette, een croissantje en wat pains au chocolat en rent in haar pyjama weer naar binnen. Tijd voor het ontbijt.

Binnen brandt de houtkachel, spelen we huisjeboompjebeestje, win ik met sjoelen (!) en pruttelt de stoofschotel de hele dag op het fornuis. We bakken perzikpruimentaart, zoeken kastanjes en gekleurde blaadjes, dwalen over de verlaten wegen en dorpspleinen om ons heen. De lucht ruikt fris, naar naderende kou, naar appeltjes en omgewoelde aarde. In de verte rijdt een tractor, onderweg oude huizen met vergeten verhalen, telefoonpalen met vogeltjes op de lijnen, de kerk waar alleen wij een kaarsje branden.

We vieren de herfst in Noord Frankrijk, verdwijnen voor een paar dagen in dit andere leven en het glooiende landschap. Aan het einde van de middag zijn de zonnestralen van goud. We gaan terug naar binnen, naar de kachel, naar de stoof, naar de uren die hier voorbijgaan zonder dat we het merken. In de nacht is het pikzwart en o zo stil. En morgen begint de dag weer met mist. Getoeter. Vers stokbrood.

Wachten op de bakker

Wachten op de bakker…